40. Hoe staat het met de emancipatie in Rotterdam?
Emanciptie als verkiezingsprogramma
Emancipatie staat hoog op het verkiezingsprogramma van alle politieke partijen in Rotterdam. Het is bekend dat het college te weinig aandacht besteedt aan de emancipatie van bepaalde groepen, zoals vrouwen en allochtonen. De oppositie wil de emancipatie van allochtonen en vrouwen hoog op de politiekagenda hebben. Maar welke allochtonen en welke vrouwen? Sinds mijn komst in de gemeenteraad van Rotterdam (2002), heb ik geconstateerd dat de aandacht die de oppositie voor de allochtonen vragen, gaat vooral naar de islamieten in Rotterdam. Op zich niets mis mee, want ook deze groep heeft aandacht nodig, maar ik vraag me af: vindt men dat deze groepen aandacht verdienen, of is het omdat er veel stemmen te winnen valt bij de islamieten? En hoe zit het met respect voor vrouwen? Ben je als raad geloofwaardig als je zelf geen respect hebt voor je vrouwelijke collega’s? In de tijd van de Faria, dacht ik dat bepaalde acties normaal waren, omdat zij allochtoon-vrouw was, tevens lid van de “verkeerde” partij. Niets is minder waar, ook de gemeenteraad van Rotterdam moet leren vrouwen met respect te behandelen. Het optreden van de oppositie tijdens de algemene beschouwing van vorig jaar zal ik nooit vergeten. Wethouder van de Anker, werd neergezet als “het leefbaar meisje”. Zelfs de dames van PvdA, Mw. Kriens en Mw. Kuiper, die tijdens hun bijdrage in de raad en in de commissie emancipatie en respect voor vrouwen met harde woorden schrijven en roepen, hebben kennelijk niet de moed gehad om hun baas, Dhr. Cremers, op een andere gedachte te brengen. Ik ben het niet altijd met Mw. Van den Anker eens, maar neerzetten als een meisje vind ik niet correct. Goed of niet, zij is wethouder van de stad Rotterdam. Of is dit een “politiek spel” die ik nog niet begrijp?
Enfin, ik ben benieuwd hoeveel vrouwelijk lijsttrekkers straks de verkiezing in gaan!
Mijn advies aan de wethouder:
- Help eerst die vrouwen die geholpen willen worden.
- Laat deze vrouwen een voorbeeld zijn voor hen die hun onderdrukte positie als “godswil” beschouwen.
WG
Agostinho dos Santos
39. Onschuldige jongere door jeugdzorg in de gevangenis
Aan het college van Burgemeester en Wethouders
Betreft: Schriftelijke vragen, conform artikel 19 reglement van orde
Onderwerp: Onschuldige jongere door Jeugdzorg in gevangenis
Rotterdam 26 oktober 2005
Geacht college,
Onlangs heb ik in een aantal gesprekken met de familie Neves en later met hun advocaat het volgende vernomen. De zestienjarige zoon van de familie is sinds enige tijd wegens gebrek aan goede opvang in een gevangenis in Breda geplaatst. Het is niet de eerste keer dat zoiets gebeurt en zoals in al dit soort gevallen, heeft het verkeren tussen zware criminelen geen goede uitwerking op deze zestienjarige jongen, die toch al genoeg eigen problemen heeft.
Het is allemaal gaan rollen toen de jongen twee jaar geleden aangifte deed van mishandeling tegen zijn ouders; hij zou op de bewuste avond veel te laat terug zijn gekomen van het uitgaan en van zijn ouders een flinke draai om zijn oren hebben gehad, hetgeen zeker niet de eerste keer was. Problemen waren er overigens al genoeg in het gezin. Zo gaat een leerplichtige broer van de jongen al geruime tijd niet meer naar school zonder dat er door de school, de jeugdzorg of andere instanties is ingegrepen; een situatie die al twee jaar voortduurt. Duidelijk een probleemgezin dus, waar hulp hard nodig is.
Na de mishandeling is de jongen door de jeugdzorg, vergezeld door de politie, hardhandig uit huis geplaatst (hiervan is aangifte gedaan) en vervolgens, wegens plaatsgebrek elders, in een gevangenis in Breda geplaatst. Deze jongen is hier in het geheel niet op zijn plek en raakt, door de aanwezigheid en invloed van zijn ‘medegevangene’alleen nog maar verder op het verkeerde spoor. Meerdere malen is hij weggelopen uit de gevangenis. En onredelijke straffen zoals isoleren in een cel, zijn meer dan eens toegepast, als hij weer eens, door de fout van een treintaxi te laat terugkeerde. Ondanks de wens van ouders en kind, om weer thuis te wonen en een normaal gezin te vormen, heeft het gezin het gevoel structureel te worden tegengewerkt door de gezinsvoogd. Zowel de ouders als de jongen vinden dat ze als crimineel worden behandeld.
Dit brengt het mij tot de volgende vragen:
1. Hoe kan het gebeuren dat een zestienjarige jongen, die alleen wat problemen thuis heeft maar zeker geen crimineel is, in de gevangenis terechtkomt?
2. Hoe kan de situatie voortduren dat een broer van deze jongen al twee jaar niet naar school gaat zonder dat ook maar één organisatie ingrijpt?
3. Heeft dit gezin niet juist hulp nodig in het opvoeden van de kinderen in plaats van dat ze, door het optreden van de jeugdzorg, steeds verder van elkaar verwijderd raken?
4. Zou de jeugdzorg in het belang van het gezin er niet voor moeten zorgen dat de gezinsvoogd wordt vervangen als het niet klikt tussen hem of haar en het gezin?
5. Ziet u het als de taak en verantwoordelijkheid van de overheid om voor dit soort dingen zorg te dragen?
6.Vindt u dat de overheid in dit concrete geval die verantwoordelijkheid heeft genomen of dat daarin is gefaald?
Met vriendelijke groet,
A.R. dos Santos
38. Verblijfsvergunning voor minderjarige kinderen groot probleem
Van onze redactie
Sanne van der Most, beleidsmedewerkster Fractie Dos Santos
Verblijfsvergunning voor minderjarige kinderen groot probleem
“Na vijf jaar is de familieband verdwenen!”
Een partner uit het buitenland naar Nederland halen en een verblijfsvergunning voor hem of haar regelen is geen probleem maar als je als moeder je minderjarige kind graag bij je wilt hebben en in Nederland wilt opvoeden dan moet je goed opletten dat je dat wel binnen een termijn van vijf jaar doet, anders is de familieband verdwenen. “Belachelijk”, vindt gemeenteraadslid Agostinho Dos Santos, die zelf ook als dertienjarige jongen door zijn Kaapverdische moeder naar Nederland is gehaald. “Daar zat echt meer dan vijf jaar tussen en onze familieband is prima”.
De afgelopen maanden heeft Dos Santos diverse Rotterdamse vrouwen gesproken die niet begrijpen waarom zij wel een Nederlands paspoort hebben, maar waarom hun minderjarige kinderen volgens de Nederlandse wet niet bij hen in Nederland mogen komen wonen. “Zij leven langer dan vijf jaar gescheiden van elkaar en volgens de Immigratie- en Naturalisatiedienst, behoort het kind dan niet meer feitelijk tot het gezin”. De vrouwen die Dos Santos over dit probleem spreekt, zijn meestal alleenstaande moeders, die de laatste vijf jaar keihard hebben gewerkt om een bestaan op bouwen. “In veel gevallen ging dat gepaard met een scheiding, intimidatie, mishandeling en andere problemen”, aldus Dos Santos. “Sommige vrouwen willen eerst zelf integreren, voordat zij hun kinderen laten overkomen. Niks mis mee toch? Dat lijkt me alleen maar verstandig. Een geïntegreerde moeder kan haar kind toch veel beter wegwijs maken in een geheel nieuw land dan een moeder die zelf ook de taal niet spreekt en niet eens een brood bij de bakker kan bestellen. Wanneer deze vrouwen alles op rails hebben, zijn die vijf jaar meestal al voorbij. Dan kunnen ze iedere maand nog zoveel geld sturen en hun kinderen nog zo trouw bezoeken, op het moment dat zij een verblijfsvergunning voor hun kinderen aanvragen, krijgen deze hardwerkende moeders te horen ‘u leeft langer dan vijf jaar gescheiden van uw kind’ en dat komt hard aan. Zo hard dat sommige van hen zelfs zelfmoordpogingen hebben gedaan. Ze kunnen er simpelweg niet bij dat er in dit land waar het kind centraal staat, geen rekening gehouden wordt met de gevoelens van een moeder die haar kind dichtbij haar wil hebben. En het is zelfs nog gekker: deze moeders kunnen wel hun ‘partner’ naar Nederland laten komen, maar niet hun eigen kinderen”. Dos Santos maakt zich zo druk over de onrechtvaardige situatie dat hij het college van B&W ter verantwoording heeft geroepen. In schriftelijke vragen wil hij weten of de wethouder Integratie bereid is in gesprek te gaan met de minister van justitie om wat aan dit probleem te doen.
Info_______________________________________
Agostinho dos Santos
Onafhankelijk gemeenteraadslid van Rotterdam
06-225 138 92

