62. Mijn stemadvies
Stadspartij, Lijst 9
Hopelijk, maakt u op 7 maart 2006, een goede keuze.
1 Beatrijs Tolk
2 Agostinho dos Santos
3 Brahim Bourzik
4 Hans Goosen
5 Latifa Aboutaleb
6 Anthony Job
7 Phyllis Ebecilio
8 Sonja Soerdjoesing
9 Edward Boele
10 Willem Donker
11 Errol Blinker
12 Rinia Parneey Daimin
13 Ayatollah Musa
14 Rik van Veldhuizen
15 Marian Schneider
16 Ron Koldenhof
17 Menno Smit
18 Karima Machtan
19 Hans Ramaer
20 Jos Exler
21 Ed de Meyer
22 Ahmed Abdilahi Sawahili
23 Joris Boddaert
24 Huib Poortman
25 Wilo Amesz
26 Therese Steur
27 Kia Kubic
28 Gerard Peet
29 Jana Beranová
30 Manuel Kneepkens
Samenvatting Programma Stadspartij
De Stadspartij streeft naar een veelzijdig Rotterdam waar mensen goed met elkaar samenleven, elkaar respecteren en vertrouwen en in alle verscheidenheid werken in en aan een welvarende, dynamische en inspirerende stad.
Zij doet dit kritisch, onafhankelijk en creatief.
Armoedebestrijding prioriteit nummer één
Armoede is een negatieve spiraal zonder weg terug. Voor grote groepen mensen moeten wegen en middelen worden gezocht voor lastenverlichting en naar inkomen uit betaald werk.
Een lokaal beleid werkgelegenheid
Er moeten in Rotterdam banen worden gezocht en gemaakt voor alle Rotterdammers. Stimuleren van de werkgelegenheid in samenwerking met en door het stimuleren van het Midden- en Kleinbedrijf. Effectieve maatregelen tegen discriminatie op de arbeidsmarkt.
Intercultureel respect
Respect zonder voorbehoud voor elkaars overtuiging en gewoonten dient - binnen de wet - vanzelfsprekend te zijn. Integriteit in de omgang met elkaar vinden we belangrijker dan integratie. Discriminatie, op welke grond of op welke manier ook, moet worden aangepakt. Voor anderstaligen dienen ruime mogelijkheden te bestaan om zich van het Nederlands te leren bedienen.
Investeren in wijk en buurt
Het belonen van (en dus investeren in) kansrijke initiatieven, gericht op kleinschalig en duurzaam ondernemen, aansluitend op concrete behoeften in buurt of wijk.
De stad gezond maken en houden
Het bevorderen van alle maatregelen - in hun samenhang - voor een gezond stedelijk milieu. Zoals behoud en uitbreiding van het openbaar vervoer en aangepast vervoer; stimuleren van het fietsgebruik; behoud en uitbreiding van groenvoorzieningen; en aandacht voor het dierenwelzijn. Schone straten, schone lucht.
Een sociaal en lokaal veiligheidsbeleid
De saamhorigheid in de stad verbeteren door het wegnemen van oorzaken in plaats van het bestrijden van symptomen. Meer surveillances op straat. Wijkposten terug. Meer met elkaar praten in plaats van straffen (boetes) uitdelen.
Een stedelijk onderwijsplan
Afstemmen van het onderwijs en gelijk te stellen voorzieningen (vanaf de jongste leeftijd) op de directe behoeften van buurt, wijk en stad. Intensieve samenwerking met het bedrijfsleven (Midden- en Kleinbedrijf). Veel aandacht, naast kennisoverdracht, voor sociale vorming. De schaalgrootte van het onderwijs ter discussie stellen.
Democratie van onderop
De Stadspartij ondersteunt alle initiatieven die de democratie van onderop dichterbij de burgers brengen. In alle bestuurslagen moet het bestuur functioneel en transparant zijn. Verantwoordelijkheden zijn niet vrijblijvend.
Kunst als drager van cultuur
Vooral voor Rotterdam - een stad in voortdurende heftige ontwikkeling - is een actief kunstbeleid onontbeerlijk. Dat moet mede zo zijn ter versteviging van de sociale samenhang. De gevestigde instellingen zorgen wat dit betreft voor een gunstig klimaat dat zorgvuldig moet worden bewaakt. De participatie moet worden bevorderd. Belangrijke initiatieven moeten volop de ruimte krijgen om in alle vrijheid tot ontwikkeling te kunnen komen.
Een duurzame stad
De voortdurende heftige ontwikkeling van Rotterdam is - verklaarbaar uit het recent verleden - onontkoombaar. Maar dat mag niet leiden tot destructie, desintegratie, verlies van sociale samenhang en daarmee van de stedelijke identiteit. Zonder zich daarmee behoudend op te stellen, integendeel, pleit de Stadspartij voor het respecteren en profileren van wat door de burgers in hun naast omgeving als waardevol wordt ondervonden voor hun beleving van de stad. Dus meer aandacht voor wat de bewoners zelf hebben te zeggen over het duurzaam maken van hun plek.
61. Rotterdam-Code
Van onze redactie
“Rotterdam-code is belerend, beledigend en moeilijk uitvoerbaar”
Onlangs heeft het College van B&W de ‘Rotterdam-code’ opgesteld met als doel het afgeven van een eenduidig signaal omtrent de lijn die het college voorstaat in het integratiedebat. De Rotterdam-code stelt normen vast met daaraan gekoppelde gedragsregels die alle Rotterdammers zouden moeten hanteren om problemen op te lossen en om de band tussen hen te versterken. Bij de achterliggende gedachte van de Rotterdam-code sluit raadslid Agostinho dos Santos zich helemaal aan. De uitwerking en de mate waarin het college de Rotterdammers voorschrijft wat ze wel en niet moeten doen, gaat hem echter veel te ver. Dos Santos vindt de regels simpelweg een belediging voor die Rotterdammers die zich er altijd al aan hielden. “Een aantal regels in de Rotterdam-code zijn bovendien ronduit belerend”, aldus het raadslid. “Het college kan toch niet bepalen hoe mensen hun kinderen moeten opvoeden? Misschien kun je een kleine minderheid wat adviezen geven en is ingrijpen in individuele gevallen noodzakelijk maar dit kan toch nooit de bedoeling zijn geweest? Laat de opvoeding aan ouders zelf over”. De regel over het gebruiken van het Nederlands als gemeenschappelijke taal doet Dos Santos sterk denken aan zijn jeugd in Kaapverdië. “In de koloniale periode was Portugees de enige taal die op straat mocht worden gevoerd. Laat de mensen onderling zelf bepalen in welke taal zij willen praten. Als ik met een keukenmedewerkster op het stadhuis Kaapverdiaans wil praten, dan doe ik dat toch gewoon? Dat kan de Rotterdam-code mij toch niet verbieden? Bovendien is het veel makkelijker om emoties uit te drukken in de eigen taal”. De intentie van het College, het versterken van de band tussen alle Rotterdammers, ondersteunt Dos Santos. De manier waarop het college dit wil bereiken, via dwang, lijkt hem echter niet de juiste. “Het is een illusie om te denken dat je op deze manier één Rotterdam zult krijgen”.
NB
Ik leer Nederlanders Kaapverdiaans spreken.
Zie map 16. Kaapverdiaanse taal en cultuur.
60. RET-Poortjes maakt college belachelijk
Aan het college van Burgemeesters en Wethouders.
Betreft: Schriftelijke vragen, conform artikel 19 reglement van orde.
Onderwerp: RET OV-chipkaart
Rotterdam, 8 februari 2006
Geacht college,
Het plaatsen van toegangspoortjes bij de metrostations en het werken met de OV-chipkaart zoals in Rotterdam sinds enige tijd gebeurt, vind ik een goede ontwikkeling. Onlangs vernam ik echter dat de nieuwe RET poortjes bij de metro ook openen op een willekeurig stukje papier in plaats van alleen op de daarvoor bestemde OV chipkaarten of een afgestempelde strippenkaart. Op deze manier kan dus ook toegang tot het perron worden verkregen door mensen die niet beschikken over een OV chipkaart of een strippenkaart en kan er dus net als in de oude situatie makkelijk zwart worden gereden.
Dit brengt mij tot de volgende vragen:
1. Bent u hiervan op de hoogte?
2. Wat vindt u van deze situatie?
3. Bent u van plan maatregelen te nemen zodat in de toekomst alleen nog OV-chipkaarthouders en mensen met een afgestempelde strippenkaart door de poortjes heen kunnen zodat zwartrijden wordt bemoeilijkt?
4. Bent u het met mij eens dat de Rotterdammers op deze wijze gemanipuleerd worden? Door het plaatsen van die poortjes laat u de Rotterdammers zien dat u zwartrijden bestrijdt, maar in de praktijk kan iedereen langs zonder te betalen.
Met vriendelijke groet,
A.R. dos Santos

