Terug naar beginpagina

04. Mijn cultuur

Geplaatst in Columns door Agostinho op 7 juli 2005 @ 16:34 uur

Bizar of niet, de beste zangeres van Afrika (2003) is een Rotterdamse, geboren in Kaapverdië. Haar naam is Suzanna Lubrano. Ik heb reeds aangeven dat het moeilijk is om te zeggen wie de echte Kaapverdianen zijn. Hetzelfde geldt voor de Kaapverdische cultuur. Wat is het verschil tussen de cultuur van iemand uit het binnenland van Santo Antão (Barlavento) en een Kaapverdiaan uit het binnenland van Santiago (Sotavento)? Wat hebben ze gemeen? Ze zijn allebei Kaapverdiaan maar toch kunnen ze op verschillende terreinen heel verschillend zijn: muziek, eten, praten, feesten, rituelen en dergelijke. Ik hoef niemand te vertellen dat een Kaapverdiaan uit de grote stad heel anders is dan een Kaapverdiaan van het platteland. Door immigratie kom je overal Kaapverdianen tegen. Om de zaak eenvoudiger te maken, praat ik in dit hoofdstuk over de Kaapverdische cultuur in Rotterdam. Hoe beleven de Rotterdamse Kaapverdiërs hun cultuur?

Hebben Kaapverdianen wel een eigen cultuur?
Cultuur is het geheel van niet-erfelijke uitingen van een volk. Dit is een moeilijke definitie, maar het belangrijkste element wordt gevormd door de woorden: niet-erfelijk. Cultuur leer je namelijk. Volgens de Nieuwe Revue nr. 29/26 van 2002, heeft LPF parlementslid João Varela in een interview gezegd dat de Kaapverdianen geen cultuur zouden hebben. Volgens hem bestaat de Kaapverdische cultuur uit naar de kerk gaan, couscous eten en feesten. Met andere woorden ‘niets bijzonders’. Deze zoon van Kaapverdische ouders, opgegroeid bij een Nederlandse familie, heeft hiermee veel Kaapverdianen beledigd. Want Kaapverdianen hebben een mooie open cultuur. Ze zijn alleen niet zo cultureel fanatiek opgevoed. Op school hoefden ze bijvoorbeeld niet te zeggen: ‘ik ben en blijf een Kaapverdiaan, Kaapverdië is mijn enige moederland’. Gelukkig maar, want daardoor zijn de meeste Kaapverdianen makkelijke wereldburgers.

Nu de vraag: waar komt de Kaapverdische cultuur vandaan? De slaven namen mee wat ze van moeder Afrika hadden gekregen. De Europeanen hebben de Kaapverdianen niet alleen leren bidden maar hebben ook andere normen met de paplepel ingegoten. Soms zelf met zweep, bloed en tranen. De Kaapverdische cultuur is dus een mengeling van de Afrikaanse en de Europese cultuur. Alles wat de Portugezen ‘goed’ vonden, hebben zij de Kaapverdianen geleerd. De invloed van buitenaf is groot en Kaapverdiërs houden van experimenteren. Buiten Kaapverdië wonen meer Kaapverdianen dan in Kaapverdië zelf. Deze nemen op hun beurt weer nieuwe dingen mee. De televisie is een goed medium om mode over te dragen. Ook daar leren de Kaapverdianen veel van.

Anders dan anderen
Omdat ik in Kaapverdië ben geboren, nam ik deel aan de cultuur van dat land. Ik leerde van mijn omgeving (mijn familie, de leraren en de kerk) hoe ik me moest gedragen. Op school leerde ik Portugees, thuis leerde ik Kaapverdiaans spreken. Thuis en op straat leerde ik de gewoontes en gebruiken. Als ik de analyse van Hofstede mag geloven, zou ik het volgende kunnen zeggen: Ik ben geboren in uitgebreide families of andere ‘wij-groepen’ die mij hebben beschermd in ruil voor loyaliteit. Mijn identiteit ontleende ik aan het sociale netwerk. Ik moest denken in termen van ‘wij’. De harmonie moest altijd bewaard blijven en directe confrontatie moest vermeden worden. Een misstap zou tot schaamte en gezichtsverlies leiden voor mijzelf en mijn familie. Men heeft mij steeds verteld dat diploma’s toegang gaven tot groepen met een hogere status.

In Kaapverdië gingen kinderen van blanke ouders automatisch vooraan zitten. Ik wilde ook graag vooraan zitten. Maar in tegenstelling tot mijn blanke klasgenootjes moest ik daar extra hard voor werken. Dat deed ik dan ook. Pas toen ik in Nederland kwam, is mijn ‘harde schijf’ gedeprogrammeerd. Op de Nederlandse scholen, in bibliotheken en boekenwinkels kwam ik mensen zoals Hofstede tegen die mij dwongen om alles opnieuw op een rijtje te zetten. Ik moest mijzelf opnieuw programmeren want in Nederland was alles anders. In Nederland groei je op voor jezelf en misschien voor je gezin. Je ontleent je identiteit aan jezelf. Kinderen leren denken in termen van ‘ik’. Een eerlijk mens zegt wat hij denkt. Een misstap leidt tot schuldgevoel en verlies van zelfrespect. Het leren van onderwijs is leren om te leven. Diploma’s verhogen je economische waarde en je zelfrespect.

Iedere cultuur kent gedragsregels. De huidige preken over waarden en normen zijn overbodig. Wij eten met mes en vork, iemand die in China wordt geboren leert met stokjes eten en in andere landen eten ze met hun handen. Wat is beter? Ook de Kaapverdische cultuur is constant in verandering. Sommige mensen beweren dat je aan iemand’s huis kan zien uit welk land hij komt. Met andere woorden, als je bij een Kaapverdiaan op bezoek gaat, zou je kunnen zien en proeven dat hij uit Kaapverdië komt. Proeven kan wel als je mee eet, maar op dit moment, is het in Rotterdam bijna onmogelijk om een woning aan te treffen waarvan je zegt: dat is nou een typische Kaapverdiaans inrichting. Net als dat ik niet zou weten hoe een typische Nederlandse inrichting eruit ziet. De omgeving en de invloed van de televisie speelt een belangrijke rol. Ik zou in ieder geval, heel voorzichtig zijn om iets ‘typisch Kaapverdiaans’ te noemen. Alles wat moeilijk uit te leggen is noemen de Kaapverdiërs: ‘morabeza caboverdiana’. Dat is meer dan de Kaapverdische gastvrijheid. In de muziek is dit beter uit te leggen omdat de melodieën meespreken.

Kaapverdische muziek
De beste Kaapverdische muziek van dit moment wordt geproduceerd in Rotterdam en gecomponeerd door Rotterdamse Kaapverdische muzikanten. Rotterdam wordt door velen terecht het laboratorium van de huidige Kaapverdische popmuziek genoemd. Ook Rotterdamse Kaapverdische jongeren zijn heel serieus met muziek bezig. Voor velen blijft het een droom om door te breken. Muziek is voor de Kaapverdische jongeren een bijzondere vorm van ontspanning. Het is een manier om even op een ander ‘podium’ te staan: vandaag treed je op voor duizenden mensen, je krijgt veel applaus en waardering, de Kaapverdische radio en televisie praten over je optreden en prestaties, morgen moet je je weer melden bij de Sociale Dienst. In Kaapverdië ben je een ster, in Nederland ben je één van de vele jongeren zonder werk of startkwalificatie. Het is moeilijk in woorden uit te drukken hoe iemand zich kan voelen, als hij iedere dag weer van status en podium verandert. Ik denk dat muziek vaak gebruikt wordt als uitlaatklep en daar maken veel jongeren goed gebruik van. ‘Het geeft een kick om je gezicht op een CD te zien en te weten dat anderen naar je muziek luisteren’. In Rotterdam is het niet moeilijk om, met alle mogelijkheden die banken bieden, een muziekproductie te realiseren. Met een lening van vijftien duizend euro kan je al je eigen CD productie op de Kaapverdische markt brengen. Helaas, de Kaapverdische markt is klein. Maar weinig muzikanten kunnen echt van hun muziek leven. Sommige blijven met schulden achter omdat ze door hun producer zijn bedrogen of omdat die zelfgeproduceerde CD toch niet zo veel geld oplevert als ze hadden gehoopt.

Hoe zit het met de bekendheid van de Kaapverdische muziek? Waar komt het vandaan? De Kaapverdianen hebben morna, coladeira, funana, batuco, cola sanjon, mazurca, bandera en ga zo maar door. Ooit heeft Manuel de Novas, de beste componist van deze tijd, verteld dat alle Kaapverdische muzieksoorten, met uitzondering van morna, ‘buiten¬landse’ invloeden hebben. Toch is ook morna langzamerhand aan het ‘integreren’. De laatste tijd hoor ik veel Jazz in de Kaapverdische mornas. Door te spreken over ‘buitenlandse invloeden’, probeerde Manuel Novas mij duidelijk te maken dat het moeilijk is om aan te geven wat typisch Kaap¬verdiaanse muziek is. Volgens hem komt alles of uit Afrika of uit het Westen. Toen ik nog actief muzikant was, heb ik in verschillende groepjes gezeten en Kaapverdië vertegenwoordigd op festi¬vals. We speelden een soort cola-zouk, (Kaapverdische en Afro-Frans Antilliaans muziek door elkaar). In de praktijk komt het erop neer dat je zouk speelt en Kaap¬verdi¬aans zingt. Tijdens het Dunya festival in Rotterdam kwam er een keer iemand naar mij toe die zei: ‘goh, ik dacht dat jullie muziek anders was. Ik ben vorig jaar op de Franse Antillen geweest, daar speelden ze precies hetzelfde’.

Het woord sodade komt in vrijwel alle (muziek)teksten voor. Het betekent heimwee. Heimwee naar alles wat op afstand ligt: je vaderland, je moeder, je vader, je familie of diegene die je lief hebt. In de muziek is alles commercieel geworden. Een nummer met de tekst sodade verkoopt in deze tijd beter dan welke politieke tekst ook. Daarom weet ik niet zeker of alle muzikanten die over heimwee zingen, Kaapverdië ook echt missen.

Kaapverdische feesten
Bij doop- en huwelijksfeesten worden meestal grote feesten georganiseerd. De behoefte om zelf iets te organiseren is bij de Kaapverdianen sterk aanwezig. De populaire dansfeesten moeten ook gezien worden als plaatsen waar rituelen en symbolen tot uiting komen. Deze feesten worden tegenwoordig niet meer alleen door Kaapverdianen bezocht. Daarnaast zijn ze ook veelal overgenomen door Kaapverdische jongeren die in de Nederlandse discotheken worden geweigerd. Waarom worden jongeren in de discotheken geweigerd? Heeft het altijd met discriminatie te maken? Het komt niet alleen maar omdat deze jongeren voor problemen zouden kunnen zorgen. Discotheekhouders en portiers vertelden mij dat sommige Kaapverdische jongens alleen komen om te dansen en meisjes te versieren. Ze consumeren niks en geven de hele avond geen geld uit. Aan de deur wordt ook alles gedaan om dit soort jongeren buiten te laten. De portiers hebben een zogenaamd zesde zintuig om te kunnen zien wie geld op zak heeft en wie niet. Kaapverdische jongeren krijgen vaak weinig zakgeld en moeten de dus hele avond op één glas cola teren. Nederlandse jongeren zorgen voor veel meer omzet. Met andere woorden: Kaapverdische jongeren en andere allochtonen (vooral moslims) zijn niet interessant voor de omzet van discotheken, ze drinken te weinig. Dit is ook één van de redenen waarom Kaapverdische jongeren steeds minder naar Hollandse discotheken gaan en steeds meer naar Kaapverdische feesten. Daar hebben ze veel meer vrijheid. Drinken is daar niet verplicht en dansen met een meisje, soms te close, is ook geen misdaad.

Kaapverdianen kunnen uren feesten. Het zijn echte levensgenieters. Genieten is voor de meeste Kaapverdianen geen zonde. Calvinisme kent men niet. Het uitgebreide gezel¬schapsleven kost Kaapverdia¬nen vaak veel geld. Je moet niet alleen rekening houden met de dure entree bij de feesten, kleding is ook een belangrijke factor. Het is heel belangrijk om er goed uit te zien. Elke zaterdag zijn er tientallen Kaapverdische feesten. Kaapverdianen hebben geen eigen locatie om hun feesten te organiseren. Ze zijn vaste klant bij feestlocaties van andere migranten, die op tijd zagen dat er veel geld te verdienen was met feestzalen. De geruchten gaan dat zaaleigenaren via connecties op tijd worden ingelicht als een zaal vrij kwam en dat ze via via op de hoogte werden gehouden van de bestemmingsplannen. Kaapverdische ondernemers hebben weinig connecties. Als er eens iemand succes heeft met een plan komen er van alle kanten jaloerse tegenstanders die het plan dwarsbomen.

Voetbal is cultuur
Mag ik even uw aandacht voor de actiefste verenigingen binnen de Kaapverdische gemeenschap? Deze organisaties, genaamd voetbalclubs, organiseren de meeste culturele activiteiten binnen de Kaapverdische gemeenschap. Ze organiseren voetbaltoernooien en feesten. Voetbal neemt een belangrijke plaats in binnen de Kaapverdische gemeenschap. Wie veel mensen wil bereiken, moet iets met voetballen doen of een feest met een bijzondere artiest organiseren. Dit is de harde realiteit die, sinds het ontstaan van de Kaapverdische federatie (hoofdstuk 7), wordt ontkend. Het is onbegrijpelijk dat deze organisaties geen steun van de gemeente krijgen. De verenigingen hebben een eigen voetbalcompetitie en in het najaar organiseren ze toernooien. Al die activiteiten vormen een uitstekende gelegenheid om kennis te maken met de Kaapverdische gemeenschap, de cultuur en de tradities. Het is bovendien een manier om jongeren bezig te houden. De organisatoren werken een jaar lang om deze evenementen te organiseren die op één dag wel 4.000 bezoekers trekken. Geen enkele Kaapverdische organisatie kan zoveel mensen bij elkaar brengen. Deze vorm van ontspanning zou bevorderd moeten worden. Na gesprekken met een aantal organisatoren kom ik tot de volgende conclusies:

• Deze activiteiten houden jongeren van de straat. Op straat kunnen jongeren ook veel goede dingen leren maar voetbal is een teamsport en deze zelforganisaties gaan heel serieus met de activiteiten om;
• Het is een vorm van nuttige vrijetijdsbesteding, in het bijzonder voor jongeren, maar ook voor ouderen die elkaar alleen nog bij zulke activiteiten ontmoeten;
• De buurt- en wijkgebouwactiviteiten, die georganiseerd worden door gesubsidieerde organisaties zijn niet altijd even leuk en boeiend;
• Voor jongeren die niet mondig zijn, of de hele dag in koffieshops rondhangen, wordt helaas weinig gedaan. Hierbij bedoel ik ook de jongeren die wegens aanpassingsproblemen niet in de reguliere clubs worden toegelaten;
• Het is de hoogste tijd om eigen verantwoordelijkheid te nemen. Deze clubs zijn daar al jaren geleden mee begonnen. Ze hebben ervoor gekozen om zaken niet aan anderen over te laten;
• Uit gesprekken met de organisatoren van deze evenementen begreep ik dat ze de zogenaamde ‘moeilijke jongens’ goed kunnen begeleiden omdat sommige organisatoren uit hetzelfde nest komen. Ze zien jeugdparticipatie door de bril van de jongeren;
• De begeleiders / trainers zijn volwassenen die vroeger op dezelfde pleinen hebben gespeeld als waar de jongeren nu spelen. Ze kennen alle geheimen van die pleinen. Vroeger werden ze aan hun lot overgelaten maar toen was de samenleving nog niet zo commercieel ingesteld. Ze hadden weinig last van drugsdealers en mensen die ze naar coffeeshops lokten.

Kortom, voetbal is voor de Kaapverdianen meer dan een simpel spel. Het is een manier om elkaar te ontmoeten, te informeren en kennis te maken met verschillende normen en waarden. De behoefte om oude dorps- of eilandsentimenten te verdedigen of te vertegenwoordigen staat de integratie niet in de weg. Wel als men deze activiteiten gaat tegenwerken of verbieden. Een voorbeeld: na 11 september, gingen veel (ook moderne) Turkse en Marokkaanse meisjes ineens een hoofddoek dragen. Waarom? Om een bepaalde solidariteit te tonen en zich te verzetten tegen het westen inclusief Nederland, met de losgebarsten discussie over normen en waarden. De Kaapverdianen worden niet alleen geconfronteerd met Nederlandse normen en waarden. Ook onderling is nog altijd een strijd gaande. Wat zijn de meest geaccepteerde Kaapverdische normen en waarden en wat is onze identiteit? Hoe kunnen we gezamenlijk in de Nederlandse samenleving integreren zonder het verlies van eigen identiteit? Erkennen dat de behoefte bestaat om deze belangrijke elementen zelf te onderzoeken is essentieel.

( Geen commentaar mogelijk op dit artikel )