Terug naar beginpagina

10. Mijn conclusies

Geplaatst in Columns door Agostinho op 13 juli 2005 @ 01:19 uur

Uit het Boek……………………………………………….
“Mag ik even de aandacht voor de Kaapverdische Rotterdammers?

Dit boek kunt u bij Donner komen, of bestelen via deze site, zie contact.
Hier volgen de conclusies.

Geen stille migranten
• De afgelopen jaren zijn de Kaapverdianen vaak onterecht ‘stille migranten’ genoemd. Stille migranten bestaan niet.
• Bij iedere bevolkingsgroep, zo ook bij Kaapverdianen, vindt men actievoerders. Soms uit eigen keuze, soms om te kunnen overleven in een turbulente samenleving.
• Kaapverdianen zijn niet echt ‘vergeten’ maar de beleidsmakers hebben een inschattingsfout gemaakt en hun prioriteiten verkeerd gelegd.
• De situatie van Kaapverdianen kan vergeleken worden met die van kinderen in een gezin waar de vader iedere dag te laat thuiskomt. Hij laat de zorg aan de moeder over en als hij thuis komt, slapen de kinderen. Hij gaat er vanuit dat alles goed is. Pas als zijn kinderen weglopen of dingen op straat doen die hij verboden heeft, geeft hij toe: ‘Ik heb mijn kinderen verwaarloosd, ik heb hard gewerkt maar ik heb ze geen aandacht gegeven’.
• Ook al heeft de gemeente Rotterdam in een groot aantal Kaapverdische organisaties geïnvesteerd en werkplekken gecreëerd, de hulp op maat voor die Kaapverdianen die dat het hardst nodig hadden en hebben, onbrak vaak.
• Er zijn onderzoeken verricht naar de vraag hoe en waarom Kaapverdianen in Rotterdam leven maar niet naar de vraag of ze tevreden zijn met hun bestuurders en vertegenwoordigers.
• De afgelopen vijftien jaar hebben de Kaapverdianen weinig kunnen profiteren van de subsidiemogelijkheden in Rotterdam. Momenteel, met alle bezuinigingen op komst, worden veel subsidiekranen dichtgedraaid en zullen de Kaapverdianen hun achterstand op andere doelgroepen zeker niet meer inhalen.
• Als Kaapverdianen willen feesten of een voetbaltoernooi willen organiseren dan moeten ze een zaaltje of een veld huren bij andere allochtonen, die het met ‘connecties’ of subsidie wel voor elkaar krijgen.
• Vrijwel alle Kaapverdianen ondersteunen het voorstel van de Rotterdamse gemeenteraad om te laten onderzoeken hoe het subsidiegeld van de afgelopen jaren verdeeld is en of dat allemaal wel op rechtmatige wijze is gebeurd. Men vermoedt dat sommige groepen teveel en onterecht subsidie kregen en dat andere groepen juist weer niet kregen waar ze recht op hadden.

Registratie van Kaapverdianen
• De afgelopen tien jaar zijn veel Kaapverdianen van Portugal naar Rotterdam geïmmigreerd. Bij het Arbeidsbureau, later het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI), werden deze nieuwkomers vaak als Portugezen geregistreerd.
• Veel instellingen hanteren de BIZA/VNG-classificatiemethode om de bevolkingsgroep aan te geven. Met deze methode wordt de etnische herkomst van een persoon op basis van drie criteria vastgesteld: het geboorteland van de persoon, het geboorteland van de vader en het geboorteland van de moeder. Indien minstens één van de drie geboortelanden niet Nederland is, wordt de persoon bij de groepering van het desbetreffende geboorteland ingedeeld. Kaapverdianen die elders geboren zijn of een andere nationaliteit hebben, worden hierdoor dikwijls bij een verkeerde bevolkinggroep ingedeeld. Dit kan invloed hebben op de totale telling.
• Het is niet bekend hoeveel illegale Kaapverdianen er in Rotterdam zijn. Naar schatting ligt dit tussen 2000 en 3000 mensen.

Onderwijs kinderen van de eerste generatie
• De meeste jongens gingen naar de technische school ‘Beukelsburg’ en de meeste meisjes gingen naar de huishoudschool aan de Drievriendenstraat.
• Op school werd vaak gevochten tussen allochtonen onderling.
• Sommige kinderen zijn op school geslagen. In Kaapverdië was dat, in tegenstelling tot in Nederland, heel gewoon. Hun ouders mochten dat niet weten omdat het kind bang was om thuis opnieuw te worden geslagen.
• Veel ouders wisten niet eens op welke school hun eigen kinderen zaten. Soms moesten de kinderen dit zelf regelen of werd er een kennis ingeschakeld om dit te doen.
• Een kind dat zijn rapport zelf ondertekent en tolk speelt tussen zijn ouders en zijn docent is geen reclame voor deze samenleving. Hopelijk is dit achter de rug en kan men zich nu op de toekomst richten met de wetenschap dat onderwijs heel belangrijk is.
• Veel ouders die geen Nederlands spraken, wilden niet dom overkomen en kwamen daarom niet naar ouderavonden. Dit werd vaak onterecht als desinteresse beschouwd.

Onderwijs kinderen van de tweede generatie (gedeeltelijk nog de eerste generatie)
• Kaapverdische kinderen scoren op de Cito-eindtoets onder het landelijke gemiddelde. In de periode van 2000 tot 2002 lag dat tussen 44.3 en 47.7. Tussen jongens en meisjes is geen significant verschil te zien.
• Kaapverdische jongeren vallen onder de groep etnische minderheden die relatief laag zijn opgeleid. Momenteel is er een oververtegenwoordiging van Kaapverdische scholieren op het VBO. Veel jongeren verlaten school zonder startkwalificatie. In 2002 had maar 21% van de Kaapverdische jongeren van achttien jaar een startkwalificatie.

• De grootste groep geregistreerde Kaapverdische jongeren bij het CWI heeft een opleiding op VBO/MAVO niveau. Het percentage volgens de Minderhedenmonitor 2002 is als volgt:
- 64,5% VBO/MAVO
- 29,0% HAVO/MBO
- 6,5% HBO/WO

Arbeid, zorg en inkomen
• Ongeveer 87% van de werkzoekenden die bij het CWI geregistreerd zijn, heeft een lage opleiding, in elk geval niet hoger dan VBO/MAVO.
• Veel Kaapverdische vrouwen werken onder slechte omstandigheden voor een paar uur per week bij een schoonmaakbedrijf. Vaak moeten ze lang reizen naar verschillende ‘objecten’ en krijgen ze geen reiskosten vergoed.
• Omdat de concurrentie in de schoonmaakbranche moordend is, moet men vaak in 2,5 uur hetzelfde werk doen dat vroeger in 8 uur gedaan moest worden.
• Veel Kaapverdische (alleenstaande) vrouwen kiezen voor werk omdat ze een inkomen nodig hebben. Vaak staan zij alleen voor de opvoeding van hun kinderen. Deze kinderen worden door familieleden of door een grote broer of zus opgevangen of behoren tot de zogenaamde ‘sleutelkinderen’.
• Kaapverdianen hebben weinig profijt gehad van gesubsidieerde arbeid (de ID-banen). Vaak moesten de vacatures binnen een bepaalde termijn worden vervuld en koos men voor de ‘makkelijke’ doelgroepen zoals Surinamers. Die hadden immers een taalvoorsprong. Dit geldt ook voor de geoormerkte vacatures en arbeidsinpassingprojecten.
• Volgens de Minderhedenmonitor van 2002 werken er bij de gemeente Rotterdam slechts 195 Kaapverdianen van wie de meeste in laagbetaalde functies.
• Hulpverleningsmogelijkheden worden wel eens de grootste schat van de Nederlandse staatsburger genoemd. De afgelopen jaren hadden veel Kaapverdianen moeite om de juiste ‘dienstverlener’ te vinden.
• De gebruikelijke informatiekanalen (radio en televisie) zijn niet effectief genoeg gebruikt om deze bevolkingsgroep te informeren.
• Kaapverdianen zijn over het algemeen een trots volk. Ze besteden veel aandacht aan ‘uiterlijke zaken’. De meeste leningen worden afgesloten ten behoeve van woninginrichting en de aankoop van een auto. Een grote groep heeft ernstige financiële problemen waar weinig over wordt gesproken. Er wordt weinig gebruik gemaakt van schuldhulpverlening.
• Kaapverdianen behoren niet tot de risicogroepen van SoZaWe. De meeste Kaapverdianen die een uitkering ontvangen, maken daar geen misbruik van.

Bevolkingsopbouw
• Onge¬veer 79% van de Kaapverdische Rotterdammers is jonger dan 34 jaar. De bevolkingsopbouw laat zien dat er sprake is van een jonge migratiegroep.
• Deelgemeenten zoals Delfshaven en Charlois zullen in 2017 voor 90% uit allochtonen bestaan. Delfshaven is de deelgemeente met de grootste concentratie Kaapverdianen.
• De bevolkingsopbouw in Rotterdam zal de komende jaren vrijwel gelijk blijven.
• Gezinshereniging komt haast niet meer voor en ook het aantal gelukszoekers (nieuwe immigranten) zal de komende jaren afnemen.
• De Rotterdamse Kaapverdiërs kiezen meestal voor een partner uit Rotterdam.

Taal, cultuur, normen en waarden
• Kaapverdianen hebben verschillende dialecten, al naar gelang de eilandengroep waar zij, of hun ouders vandaan komen. Onderlinge communicatie is geen enkel probleem maar door die verschillende invloeden en achtergronden hebben de Kaapverdianen ook verschillende normen en waarden.
• Kaapverdianen worden niet alleen geconfronteerd met de Nederlandse normen en waarden, onderling is ook nog altijd een strijd gaande.
• Door de hoeveelheid culturele manifestaties in Rotterdam hebben veel Kaapverdianen kennis gekregen van een stukje Kaapverdische cultuur dat ze niet kenden. In het kader van zelfbewustwording en het leren ontdekken van eigen ‘roots’ vervullen deze evenementen een belangrijke functie.
• De Kaapverdische cultuur is een mengeling van de Afrikaanse en de Europese cultuur. Alles wat de Portugezen goed vonden, hebben zij de Kaapverdianen geleerd. De Kaapverdische mentaliteit wordt nog voor een groot deel bepaald door het koloniale verleden.
• In Rotterdam is iedereen gelijk. Toch zie je vaak dat iemand die op een eiland geboren is waar de westerse invloed groot was een superieur gevoel heeft ten opzichte van iemand die van een minder ontwikkeld eiland komt.
• Buiten Kaapverdië wonen meer Kaapverdianen dan in Kaapverdië zelf. Deze Kaapverdianen die verspreid zijn over de hele wereld en geven elkaar verschillende cultuurelementen door.
• De televisie blijkt de laatste jaren een goed medium om mode en gedragregels over te dragen in positieve- maar ook in de negatieve zin des woords.
• Over het algemeen hebben Kaapverdianen geen specifieke problemen met het overnemen van de waarden en normen van het land waar ze wonen. Men moet echter wel duidelijk zijn en de juiste richting aangeven. Alleen maar zeggen dat integratie ‘net als ritsen op de snelweg is’, is niet voldoende. Veel Kaapverdianen, in het bijzonder degenen die nog bezig zijn met hun integratieproces, zullen dit begrip niet snappen als ze geen ‘rijbewijs’ hebben. Bij integratie gaat het er juist om dat we elkaars verwachtingen goed begrijpen.

Culturele manifestaties en vrije tijd
• De beste Kaapverdische muziekproducties van deze tijd zijn geproduceerd en gearrangeerd door Kaapverdische muzikanten uit Rotterdam.
• Muziek is voor veel Kaapverdische jongeren een belangrijke vorm van vrijetijdsbesteding. Omdat maar weinig muzikanten echt van hun muziek kunnen leven, is een groot aantal van hen afhankelijk van een baan of een uitkering.
• De Rotterdamse Kaapverdianen hebben grofweg gezegd twee manieren van vrijetijdsbesteding: dansfeesten en voetbaltoernooien.
• De behoefte om zelf iets te organiseren is bij de Kaapverdianen sterk aanwezig. Kaapverdiaanse feesten worden niet meer alleen door Kaapverdianen bezocht. Op een willekeurige feestavond heb ik wel eens 510 Kaapverdianen en 106 niet-Kaapverdianen geteld. Verder moet worden opgemerkt dat deze feesten grotendeels zijn overgenomen door de tweede generatie.
• De jongeren van tegenwoordig die vaak in de discotheken geweigerd worden, hebben een hele goede reden om deze feesten te bezoeken. Waarom worden jongeren in de discotheken geweigerd? Discotheekhouders en portiers vertelden mij dat Kaapverdiaanse jongeren vaak alleen komen om te dansen en meisjes te versieren. Volgens de discotheekhouders consumeren ze te weinig en zijn ze daarom geen graag geziene gasten. Aan de deur wordt dan ook alles gedaan om deze jongeren buiten te laten. De portiers hebben een zogenaamd zesde zintuig om te kunnen zien wie geld op zak heeft en wie niet. Kaapverdische jongeren krijgen weinig zakgeld en moeten het dus noodgedwongen de hele avond met één glas cola doen. Nederlandse jongeren zijn over het algemeen rijker en zorgen voor veel meer omzet.
• Kaapverdianen hebben een eigen voetbalcompetitie. Bij deze ploegen spelen steeds meer verschillende nationaliteiten mee, vooral Nederlanders, Marokkanen en Surinamers. Veel Kaapverdische jongeren spelen op zondag bij de Nederlandse clubs en doen zaterdag mee met de voetbalcompetitie van de Kaapverdische ploegen. Bij de Kaapverdianen gaat het meestal om de sfeer en de spanning. De Nederlandse clubs vinden ze meestal saai of te zakelijk.
• De voetbaltoernooien die door de Kaapverdische verenigingen worden georganiseerd, vallen onder de populairste activiteiten binnen de Kaapverdische gemeenschap. De behoefte om oude dorps- of eilandsentimenten te verdedigen of te vertegenwoordigen staat de integratie niet in de weg. Wel als men het gaat tegenwerken.
• Deze toernooien zijn een laagdrempelige en nuttige vrijetijdsbesteding, in het bijzonder voor jongeren, maar ook voor ouderen die elkaar alleen nog bij zulke activiteiten ontmoeten.
• Voor de jongeren die geen ‘zelfredders’ zijn of die de hele dag in koffieshops rondhangen, worden helaas weinig tot geen projecten gerealiseerd. Hierbij bedoel ik ook de jongeren die door aanpassingsproblemen niet meer in de reguliere clubs worden toegelaten. Dat is heel jammer want deze toernooien zijn juist heel goed voor hun zelfvertrouwen. Uit gesprekken met de organisatoren van deze voetbalclubs begreep ik dat ze deze ‘moeilijke jongens’ goed kunnen begeleiden omdat sommige van hen uit hetzelfde nest komen. Alleen hebben ze daarvoor de middelen niet.
• Kaapverdianen hebben behoefte aan een ontmoetingsruimte waar de Kaapverdische cultuur centraal staat. Buiten de bekende feesten, voetbaltoernooien en bars zijn er geen andere plaatsen waar ze elkaar kunnen ontmoeten. Als ze willen voetballen of een feest willen organiseren moeten ze een feestzaal of een voetbalveld huren.

Geloof en identiteit
• Geloof is voor alle bevolkingsgroepen belangrijk. Veel Kaapverdianen zijn van mening dat er in Rotterdam te vaak alleen maar wordt gesproken over het welzijn van moslims en de participatie in de moskeeën. Alsof dat het enige is. In hun ogen wordt er weinig aandacht besteed aan allochtone gelovigen die geen moslim zijn.
• De enige officiële Kaapverdische kerk (met kerkstatuten) wordt te klein voor de Kaapverdische gelovigen. Deze kerk wordt door veel jongeren bezocht en de missen worden tweetalig gegeven. In de vorm van sketches worden diverse onderwerpen bespreekbaar gemaakt. Er is echter een logistiek probleem. Vaak moeten de bezoekers buiten blijven omdat de kerkzaal te klein is voor vijfhonderd mensen.
• De komst van een Braziliaanse kerk in Rotterdam heeft ervoor gezorgd dat veel Kaapverdianen in financiële problemen zijn gekomen. Deze kerk collecteert niet alleen maar daarnaast manipuleert ze mensen en vraagt ze om veel geld te doneren onder het mom: ‘god kijkt niet naar wat je geeft maar naar wat je achterhoudt’.

Contact met de buren
• Kaapverdianen hebben over het algemeen weinig contact met hun buren. Ze leven samen maar toch ook allemaal apart in hun eigen hoekje.
• In veel wijken waar Kaapverdianen en niet-Kaapverdianen door elkaar wonen, komen burenruzies voor. De meeste ruzies worden veroorzaakt door spelende kinderen en door simpele ergernissen zoals schoenen in de trappenhuizen van de flats. De Kaapverdianen zijn opgevoed met de regel dat schoenen binnenshuis horen maar uit geloofsovertuiging laten sommige bevolkingsgroepen (moslims) hun schoenen in de gangen van de trappenhuizen. Zo’n simpel voorbeeld is voldoende om een straat op stelten te zetten of geen contact meer te hebben met de buurman of de buurvrouw.

Het Kaapverdisch kind
• Veel Kaapverdische kinderen hebben niet echt de mogelijkheid gekregen om kind te zijn. Ze moesten al op jonge leeftijd als volwassenen handelen en denken.
• Door omstandigheden waaronder tolken voor hun ouders bij instellingen leren kinderen dat “liegen” een legale vorm is van overleven.
• Kinderen van werkloze, ongeschoolde ouders, die hun vader in een dure BMW zien rijden, zullen tijdens het ontwikkelen van hun cognitieve vermogens inzien dat je in Nederland geen hoge opleiding of een goede baan moet hebben om ‘de man’ te zijn.

Jongeren
• Met veel Kaapverdische jongeren gaat het over het algemeen heel goed.
• Toch heeft een aantal jongeren problemen met het feit dat ze, hoewel in Nederland geboren, nog steeds als etnische minderheid en als allochtoon worden beschouwd. Als het goed met ze gaat noemt iedereen ze ‘Nederlandse jongeren’ en als ze iets ‘stouts’ doen dat zijn het ineens weer Kaapverdianen.
• Een kleine groep met name randgroepjongeren zorgt voor het negatieve totaal beeld van dé Kaapverdische jongeren.
• Kaapverdische jongeren participeren onvoldoende in het arbeidsproces. Deels heeft dat te maken met vraag en aanbod deels ook met gebrek aan werkmotivatie. Veel jongeren hebben hun ouders jarenlang hard zien werken. Toch beschouwt de buitenwereld ze nog steeds als ‘domme’ allochtonen. Uiteindelijk is dat harde werken dus niet echt beloond, zo redeneren de jongeren.
• Veel jongeren hebben één van beide ouders pas in de pubertijd of adolescentiefase leren kennen. Hetzij door gezinshereniging, hetzij door de zeevaart. De band tussen veel ouders en kinderen is hierdoor nooit hecht geweest. Een nest dat geen veiligheid biedt, kan een makkelijke prooi zijn voor de aantrekkingskracht of de aanval van de buitenwereld.
• Sommige Kaapverdische jongeren spreken een straattaal die voor hun ouders en voor buitenstaanders niet te verstaan is. Dit heeft niets met identiteitscrisis te maken. Het is gewoon iets van deze tijd. Jongeren willen graag anders zijn en verzetten zich tegen de rest van de wereld. Ze horen graag bij een groep die dat ook doet en die ‘hun taal’ spreekt.
• Kinderen van de eerste generatie die tussen hun tiende en zestiende levensjaar naar Rotterdam kwamen, hebben de meeste aanpassingsproblemen gehad. Het is heel moeilijk om een kind tussen tien en zestien jaar opnieuw op te voeden of te herprogrammeren. Het is dus raadzaam om een kind in deze fase niet te ontwortelen. De meeste Kaapverdische probleemjongeren van dit moment zijn kinderen wiens ouders tussen hun tiende en zestiende levensjaar naar Rotterdam zijn gekomen.
• Waarom zijn er zoveel problemen met de Kaapverdische jeugd? De Kaapverdische appel valt ook niet ver van de boom. Hoe kan Rotterdam zo naïef zijn en denken dat ongeschoolde ‘stille’ arbeiders die aan hun lot zijn overgelaten alleen maar lieve en rustige kinderen op de Rotterdamse aarde zouden neerzetten?
• Volgens verschillende bronnen is de jongerenorganisatie Cabo teveel gericht op de eigen club en de zelfredders. Het is voor de buitenstaanders niet makkelijk om tot de harde kern te worden toegelaten. Hulp aan andere jongerenorganisaties of individuen vindt wel plaats maar men zou zich meer moeten richten op projecten op maat, zoals het project ‘huiswerkbegeleiding’ voor scholieren in het voortgezet onderwijs.

Tienermoeders
• Voor veel Kaapverdische meisjes is jong moeder worden een excuus om niet verder te hoeven leren of om van hun ouders los te komen en op zich zelf te gaan wonen.
• Volgens een rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek is het aantal tienermoeders in Nederland sinds 1996 met bijna 25% toegenomen. Daarvan is 60% allochtoon. Hoewel het aantal tienerzwangerschappen onder Kaapverdische meisjes vanaf 2002 licht is gedaald, horen zij nog steeds bij de groep van niet westerse allochtonen die een groot risico loopt om jong moeder te worden. In 2003 telde deze groep 23 bevallingen op de 1000 jonge meisjes, tegenover 4 op de 1000 autochtonen in datzelfde jaar.
• Vaak worden baby’s alleen thuis gelaten. Vooral ‘s nachts als moeder, die zelf eigenlijk nog een kind is, op stap gaat en geen oppas heeft geregeld.
• In Nederland is er geen tiener die niet weet dat je door onveilig vrijen zwanger kunt worden.
• Het voorkomen van tienermoederschap is te prefereren boven het proberen er ‘goede moeders’ van te maken. Ten aanzien van tienermoeders die hebben bewezen (informatie van buren, crèche, school, familie, jeugdzorg) niet in staat te zijn voor hun eigen kinderen te zorgen, moeten in het belang van het kind keiharde maatregelen getroffen worden.

Alleenstaande moeders
• De meeste Kaapverdianen die op dit moment een goede baan hebben en gekenmerkt worden als ‘geslaagde Kaapverdianen’ zijn kinderen van alleenstaande moeders.
• Opgroeien zonder vader hoeft dus geen probleem te zijn.
• Toch laten onderzoeken zien dat veel alleenstaande moeders het erg moeilijk hebben in deze productiemaatschappij waarin ze een dubbelrol moeten vervullen.
• Volgens de Minderhedenmonitor 2002 zijn de meeste eenoudergezinnen in Rotterdam Kaapverdisch. Meer dan helft van de Kaapverdische kinderen groeit op in een eenoudergezin.
• Kaapverdische kinderen worden daardoor vaak door meerdere mensen opgevoed.
• Crèches en andere professionele kinderopvangmogelijkheden zijn voor veel werkende ouders niet te betalen. Veel alleenstaande ouders zijn niet op de hoogte van de bestaande subsidieregelingen.

Criminaliteit
• Over criminaliteit wordt onder Kaapverdianen in het openbaar bijna niet gesproken. Dit heeft te maken met schaamte en de angst voor represailles. Voor velen is dit een geaccepteerd feit dat hoort bij deze tijd.
• Drugshandel is op dit moment het grootste probleem binnen de Kaapverdische gemeenschap. Veel Kaapverdianen zien drugshandel als enige redmiddel om aan de armoede te ontsnappen.
• Kaapverdianen die in deze (onder)wereld circuleren zijn ‘meelopers’ die voor minder geld meer risico’s lopen. Ze gaan met ‘vrienden’ mee of hebben de behoefte om even snel iets bij te verdienen.
• Iedere Kaapverdiaan kent wel iemand die direct of indirect betrokken is in de drugswereld. Degenen die voorzichtig willen zijn, praten liever over een ‘redelijk vermoeden’.

Kaapverdische zelforganisaties
• In het verleden werden Kaapverdische zelforganisaties vaak door niet-Kaapverdianen geleid en gecoördineerd. Het doel van het zelf organiseren was vaak bijster. Het gevolg: zelforganisaties hebben vaak als algemene organisaties gefunctioneerd.
• Betaalde krachten van deze organisaties zijn hierdoor vaak vergeten voor welk doel zij ook al weer waren aangesteld.

Kaapverdianen kiezen bewust voor Rotterdam
• De eerste Kaapverdianen kwamen al vóór de tweede wereldoorlog naar Nederland. De heren do Livramento en Fortes waren de eerste Kaapverdianen in Rotterdam.
• Veel oudere Kaapverdianen willen hun oude dag in Kaapverdië doorbrengen. Voor een groot aantal die deze stap ook daadwerkelijk nam, liep het uit op een teleurstelling, veel heimwee en toch weer de terugkeer naar Nederland. Uiteindelijk willen ze toch vlakbij hun kinderen en kleinkinderen sterven.
• Kaapverdianen, met name de generatie die in Rotterdam is opgegroeid, kiezen bewust voor Rotterdam. Ze behoren tot de grootste groep allochtonen die een eigen huis in Rotterdam (willen) kopen. De wens om een huis in het land van herkomst te kopen of te laten bouwen komt de laatste jaren steeds minder voor.
• De meeste jongeren kiezen voor een Rotterdamse (huwelijks)partner. In ieder geval een bewoonster of bewoner van Rotterdam. Kortom: de kinderen van de Kaapverdische zeemannen en hun familie hebben voor Rotterdam gekozen. De vraag is: heeft Rotterdam ook voor de Kaapverdianen gekozen?

3 Reacties op '10. Mijn conclusies'

  1. Samantha zei,

    op 13 maart 2008 @ 12:21:

    Beste meneer Santos,

    Ik ben zelf half Kaapverdiaans. Mijn vader is een Kaapverdiaan en een Fortes, maar die ken ik niet. Ik ben eigenlijk ook een Fortes, maar mijn moeder heeft mijn achternaam niet lang na mijn geboorte veranderd omdat zij van hem gescheiden was. Ik heb eigenlijk nooit iets van de Kaapverdische cultuur en geschiedenis geweten.
    Door uw site te lezen ben ik weer een stuk wijzer geworden en heb ik mezelf weer iets beter leren kennen. Ik heb namelijk altijd het gevoel gehad dat ik iets miste (niet zo raar als je alleen is de Nederlandse cultuur als enige kleurling van de familie bent opgegroeid) Dankzij mijn beste vriendin (is een half Antilliaanse) en de militaire plaatsing die ik heb gehad in Curaçao, kwam ik er achter dat ik een belangrijk stukje cultuur miste. Door uw site weet ik nu welke cultuur dat is. Voor mij begint de puzzel nu steeds meer 1 geheel te worden.

    Dank u voor deze stite en ik hoop dat nog veel meer mensen iets aan deze site mogen hebben.

  2. Agostinho zei,

    op 14 maart 2008 @ 12:17:

    Bedankt Samantha
    Zou jij je vader willen zoeken?
    Laat me weten, als ik mag helpen zoeken.

    Groet

    Agostinho

  3. Samantha zei,

    op 14 maart 2008 @ 17:43:

    Ik weet het nog niet zo goed , wat betreft het zoeken naar mijn vader. Aan de ene kant wil meer weten en ander andere kant ook weer niet. Ben er waarschijnlijk bang voor dat het contact niet goed verloopt ofzo. Ik ben wel heel benieuwd naar de familie die ik niet ken.

    Veel gegevens over mijn vader heb ik niet, zijn naam is Matheus Maria Fortes, ik weet dat hij meerdere broers heeft en ik heb de namen van 2 van hen, Jaô en Herminio. De oma van mijn moeder heeft 2 trouwfoto’s voor mij bewaard ! van mijn vader en moeder samen en 1 van de familie waarop ook de twee broers staan.

    Mijn vader en moeder zijn in Katwijk getrouwd, maar woonde in Rotterdam, voor zover ik weet was hun laatste woonadres samen in de schiedamse weg.

    Ik weet ook dat 1 van mijn neven een prof voetballer is geweest. Dit is Carlos Roberto Fortes. Hij speelde bij Sparta en vitesse.

    Deze info heb ik een paar jaar terug allemaal via mijn moeder gekregen en van haar weet ik ook dat zij met een van de broers van mijn vader nog een tijdje contact heeft gehad na de scheiding, maar dat is uiteindelijk verwaterd. Welke broer dit was weet ik niet.

    Ik vind het heel fijn dat u mij wilt helpen zoeken, ik ben toch wel heel nieuwsgierig naar deze kant van mijn familie.

    Ik kan u eventueel via de e-mail de foto’s sturen.

    Alvast heel erg bedankt voor uw aanbieding.