Terug naar beginpagina

03. Mijn Kaapverdianen

Geplaatst in Columns door Agostinho op 6 juli 2005 @ 03:19 uur

Als iemand mij vraagt: ‘vertel eens iets over jouw Kaapverdianen?’, dan moet ik een tegenvraag stellen: ‘welke Kaapverdianen bedoelt u? Er zijn verschillende soorten en maten. Bedoelt u soms’:

• De Kaapverdianen die geleefd hebben onder het Portugese regime?
• De Kaapverdianen die gestreden hebben voor de onafhankelijkheid van Kaapverdië?
• De Kaapverdianen die graag Portugees wilden blijven?
• De Kaapverdianen van de eilandengroep Sotavento?
• De Kaapverdianen van de eilandengroep Barlavento?
• De Kaapverdianen van het platteland?
• De Kaapverdianen van de stad?
• De geschoolde Kaapverdianen?
• De ongeschoolde Kaapverdianen?
• De rijke Kaapverdianen?
• De arme Kaapverdianen?
• De Amerikaanse Kaapverdianen?
• De Portugese Kaapverdianen?
• De Nederlandse Kaapverdianen?
• De Franse Kaapverdianen?
• De Luxemburgse Kaapverdianen?
• De Scandinavische Kaapverdianen?
• De Zuid-Amerikaanse Kaapverdianen?
• De Kaapverdianen van de Portugees sprekende lan¬den?
• De blanke Kaapverdianen?
• De zwarte Kaapverdianen?
• De Kaapverdianen die Portugees willen spreken?
• De Kaapverdianen die Kaapverdiaans willen spreken?

Omdat er zoveel verschillende Kaapverdianen zijn, kunt u zich vast voostellen dat ze meerdere talen en dialecten spreken. In dit hoofdstuk sta ik stil bij die verschillende dialecten, de betekenis van een eigen taal, de afgesproken en de niet afgesproken taal. Maar nu eerst de vraag: ‘wie zijn nou de echte Kaapverdianen?’

Wie zijn de echte Kaapverdianen?
Het is niet eenvoudig om deze vraag te beantwoorden. In september 1995, tijdens een conferentie in Luxemburg over de Kaapverdi¬sche kaders in het buitenland, werd mij gevraagd een inleiding te houden over de identiteit van de Kaapverdiaan. Eén van de deelnemers was de toenmalig secretaris van emigratie van Kaapverdië, Pascoal Santos, geen familie van mij overigens. Hij zou het één en ander vertellen over ‘het Kaapverdiaan zijn’. In het Portugees, het machtige woord: Caboverdianidade. Eenmaal aan het woord, zei hij:

Sao Nicolau

‘… Wij zijn zwart,
wij zijn wit,
wij zijn niet wit,
wij zijn niet zwart,
wij zijn Kaapverdianen…’

Toen hij dit zei was ik een van de weinigen die applaudisseerden. Prachtig! Ik begreep hem gelijk. Een Kaapverdische dame uit Rotterdam werd boos. Zij vond dat iemand die zoiets zegt in een identiteitscrisis verkeert. Maar waarom mag het niet zo gezegd worden? Een maand later werd deze dame door de Kaapverdische radio geïnterviewd. Ze gaf antwoord in het Portugees terwijl de vragen in het Kaapverdiaans gesteld werden. Waarom deed ze dat? Zij wil toch Kaapverdiaans zijn? Dit illustreert hoe moeilijk het is om aan te geven aan welke eisen je moet voldoen om een ‘echte’ Kaapverdiaan te zijn. Misschien moet ik deze vraag ook aan mezelf stellen. Ben ik een ‘echte’ Kaapverdiaan? Nee, ik ben een Rotterdamse Kaapverdiër. Dus ik ben totaal anders dan mijn neven op Kaapverdië en de Kaapverdianen uit Boston. Als ik in Kaapverdië ben, val ik op maar ik pas me wel aan. Je leest het goed: ook in Kaapverdië moet ik me aanpassen.

De taal van een Kaapverdiaan
Rotterdamse Kaapverdiërs kunnen een groot aantal verschillende talen spreken: Nederlands, Portugees, Crioulo van Barlavento (Sampadjudo), Crioulo van Sotavento (Badio) en andere vreemde talen dankzij zeevaart en emigratie. Sommige Kaapverdische jongeren spreken de staattaal Kasupanees (Ka-Su-Pa-Ne), een mengeling van Kaapverdiaans, Surinaams, Papiamento en Nederlands. Kasupanees wordt meestal geleerd en gesproken op pleinen, coffeeshops, cafés en andere ontmoetingsplaatsen. Om een voorbeeld te geven: ‘Non spang sua, manha no ta regelen alles’. In het Nederlands: ‘maak je geen zorgen broeder, morgen regelen we alles’. Met dit voorbeeld wil ik aangeven dat wat taal betreft de Kaapverdische jongeren de meest geïntegreerde jongeren van Rotterdam zijn. Is dit een vorm van identiteitscrisis of gebrek aan een echte moedertaal?

De waarde van een eigen taal
Kaapverdianen die met Nederlanders werken, vertellen me vaak dat hun Nederlandse collega’s denken dat ze geen gevoel voor humor hebben. Ik zou eerder zeggen dat ze een ander soort humor hebben. Ze moeten eerst in het Kaapverdiaans denken en dan kunnen ze pas lachen. Meestal zijn ze dan te laat. Wie zich wil uitdrukken in een andere taal, moet zich andermans referentiekader eigen maken. Wie de taal niet kent, mist veel van de subtiliteiten van een cultuur en blijft noodgedwongen een relatieve buitenstaander. Eén van die subtiliteiten is humor. Tijdens een voorstelling van het toneelstuk ‘de Stille Migranten’, had ik de rol van geest/vertaler. Ik moest alles vertalen wat een Kaapverdische familie mee maakte. Het Kaapverdische publiek lag in een deuk, terwijl het Nederlandse publiek stil bleef, omdat ze de grap niet begrepen. Door het vertalen verloor de grap al zijn charme en humor. Taal is één van de belangrijkste middelen waarmee mensen uitdrukking geven aan hun identiteit en hoe ze de werkelijkheid zien. Taal heeft te maken met eigenwaarde en emoties. Het belang van de eigen moedertaal wordt in dit opzicht vaak onderschat. In de eigen taal geef je de beste uiting aan wat je voelt en wat je bezig houdt. Als ik boos ben, praat ik veel liever Kaapverdiaans dan Nederlands. Kaapverdianen vallen net als andere migranten terug op de eigen moedertaal als ze emotioneel zijn, ziek of oud worden. Het is logisch dat mensen in een vreemde omgeving, hun landgenoten of anderen die hun taal spreken, opzoeken. Wie aan verplicht ‘spreiden’ denkt, maakt een inschattingsfout. Bij de Kaapverdianen zal dat niet werken. Wat er ook gebeurt, ze zoeken elkaar op.

Sao Nicolau

Afgesproken en niet afgesproken taal
De ‘afgesproken taal’ is voor de Kaapverdianen een bekend begrip. In de slaventijd moesten de Kaapverdianen een manier van communiceren vinden die voor de blanken niet te volgen was. Anderen zeggen dat het ‘crioulo’ niet alleen voortkomt uit het feit dat er een taal moest zijn die de blanken niet verstonden maar ook uit de noodzaak om te communiceren. Deskundigen zeggen dat de afgesproken taal, de taal van de afgesproken tekens binnen een bepaald systeem is. Het is de taal waarvan de betekenis te controleren is. Afgesproken taal is niet alleen de verbale (gesproken) taal maar ook de afgesproken non-verbale taal (G. Hofstede). Kaapverdianen hebben onderling ook problemen met de niet afgesproken taal. Het verschilt per eiland. Het kan voorkomen dat iemand van S.Nicolau (Barlavento) een landgenoot uit Santiago (Sotavento) niet begrijpt omdat hun plaatselijke dialecten te verschillend zijn. Mensen die vlakbij zee wonen, praten, huilen en lachen heel anders dan boeren uit het binnenland. Hoe is dat te verklaren? De niet afgesproken taal van de Kaapverdianen die zich uit in de manier van lachen, huilen, stemgebruik, vertelwijze, spreekafstand en lichaamshouding, verschilt veel van de Nederlandse. Als een Kaapverdische medewerker zijn chef niet aankijkt tijdens een gesprek dan kan dit respectvol bedoeld zijn. Als een Kaapverdische sollicitant je geen stevige handdruk geeft, hoeft dat niet meteen te betekenen dat hij een slappeling is.

2 Reacties op '03. Mijn Kaapverdianen'

  1. deika zei,

    op 19 januari 2008 @ 21:08:

    hallo,

    Ik zou graag willen weten of jullie papiamentu kunnen praten. Of als ik papiamentu spreek of jullie mij kan beantwoorden.

    Weet je waar ik op internet voorbeelden kan vinden?

    Graag antwoord,

    Met vriendelijke groet,
    Deika

  2. Agostinho zei,

    op 21 januari 2008 @ 01:03:

    Beste Deika,

    Kaapverdianen spreken geen papiamentu.
    Dialect van Santiago, lijkt veel op Papiamentu.
    Maar dat is Kaapverdiaanse crioulo.
    Sommige woorden zijn hetzelfde.